ECLI:NL:CRVB:2021:665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, werkzaam als chauffeur/koerier, meldde zich ziek met hyperacusis-klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars beoordeling concludeerde het UWV dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarop de uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij door haar gehoorproblemen niet geschikt was voor de voorgestelde functies en dat gehoorbescherming geen oplossing bood.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had rekening gehouden met de klachten en het gebruik van gehoorbescherming als werkbare oplossing beoordeeld. Ook de arbeidsdeskundige had de belastende factoren van de functies voldoende toegelicht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat gehoorbescherming niet bruikbaar was en dat de functies niet passend waren vanwege haar gehoorproblemen. De Raad volgde dit niet, bevestigde het oordeel van de rechtbank en onderstreepte dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en overtuigend was. Er was geen aanleiding tot wijziging van het besluit, en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.