ECLI:NL:CRVB:2021:675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenplicht en op geld waardeerbare werkzaamheden
Appellante ontving vanaf maart 2013 bijstand en diende in juli 2018 een nieuwe aanvraag in. Het college trok de bijstand eerder in vanwege het niet verstrekken van informatie over haar woonsituatie. Na onderzoek door een sociaal rechercheur bleek dat appellante diverse werkzaamheden verrichtte voor het bedrijf van haar partner, waaronder het beheren van de Facebookpagina en klanten telefonisch te woord staan.
Het college wees de bijstandsaanvraag af omdat appellante deze werkzaamheden niet had gemeld, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de verrichte werkzaamheden op geld waardeerbaar zijn, ongeacht dat appellante deze als onbetaalde hulp beschouwde. Appellante had onvoldoende inzicht gegeven in de omvang van haar werkzaamheden en had haar inlichtingenplicht geschonden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd de afwijzing gehandhaafd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en het verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden zonder melding.