ECLI:NL:CRVB:2021:695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant was werkzaam als chauffeur reiniger en meldde zich ziek met psychische en later ook lichamelijke klachten. Na een eerstejaars beoordeling werd zijn Ziektewetuitkering voortgezet, maar het UWV beëindigde deze na vaststelling dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met andere functies. Appellant voerde bezwaar en beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant adequaat waren vastgesteld. De geselecteerde functies werden als medisch passend beschouwd. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren onderzocht en dat de beperkingen onderschat waren.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. Uit het dossier en aanvullend onderzoek bleek dat de medische beoordeling juist en voldoende gemotiveerd was. De psychische klachten, waaronder paniekaanvallen en agorafobie, waren adequaat vertaald naar beperkingen. De lichamelijke klachten, zoals knieproblemen en hartproblemen, waren eveneens meegenomen. De functies waarop appellant werd beoordeeld, waren passend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering is terecht en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.