ECLI:NL:CRVB:2021:706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 2013 klachten aan zijn linkerschouder en psychische problemen heeft, ontving vanaf 2015 diverse uitkeringen waaronder een WGA-uitkering. Het UWV beëindigde deze WGA-uitkering per 13 juni 2018 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het lichamelijk onderzoek slechts drie minuten duurde en dat zijn beperkingen werden onderschat, mede omdat hij vrijwilligerswerk moest staken. Hij overlegde aanvullende rapportages en medische informatie. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek uitgebreider was dan alleen het lichamelijk onderzoek en dat de beperkingen van appellant adequaat waren meegenomen. De aanvullende documenten waren niet relevant voor de datum in geschil of bevatten geen nieuwe medische beperkingen.
De Raad concludeerde dat het UWV het recht had om de WGA-uitkering te beëindigen en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Limburg wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-uitkering per 13 juni 2018 wordt bevestigd.