ECLI:NL:CRVB:2021:710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening WAO-uitkeringszaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster, met een WAO-uitkering sinds 1990 wegens arbeidsongeschiktheid, heeft meerdere procedures gevoerd tegen het Uwv over de mate van haar arbeidsongeschiktheid en het al dan niet voortzetten van haar uitkering. Na eerdere afwijzingen en bevestigingen door rechtbank en Raad, verzocht zij om herziening van de uitspraak van 24 september 2020.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoekster voerde aan dat belangrijke medische gebeurtenissen en rapportages niet waren betrokken, waaronder klachten sinds 1989, een val in 2005, en recente medische brieven.
De Raad oordeelde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet nieuw zijn, maar grotendeels overeenkomen met eerder behandelde gronden. De nieuwe brief van november 2020 bevatte geen nieuwe informatie, aangezien klachten sinds 2011 bekend waren. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitkeringsuitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.