ECLI:NL:CRVB:2021:722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.J.A.M. van Brussel
- J.T.H. Zimmerman
- F.M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot herziening Wajong-uitkering afgewezen wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 2002 een Wajong-uitkering aangevraagd die toen werd afgewezen omdat hij volgens het UWV in staat was 75% van het maatmaninkomen te verdienen. In 2016 vroeg appellant herziening aan, met medische rapporten over psychische klachten zoals PTSS, ADHD en persoonlijkheidsstoornissen. Het UWV stelde dat deze klachten al bekend waren en geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische informatie geen aanleiding gaf tot herziening. In hoger beroep voerde appellant aan dat de verzekeringsartsen niet volledig waren ingegaan op alle medische informatie en dat er sprake was van nieuwe feiten, waaronder vastgestelde hyperactiviteit en agressieregulatieproblemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische rapporten door de verzekeringsartsen zorgvuldig waren beoordeeld en dat de klachten al bij de eerste aanvraag bekend waren. Er was geen sprake van nieuwe feiten die een herziening rechtvaardigen. Ook het beroep op de Amber-regeling en artikel 1a:1, derde lid, Wajong 2015 faalde omdat appellant voldoende arbeidsparticipatie had gehad.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de Wajong-uitkering is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.