ECLI:NL:CRVB:2021:789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling
Appellant meldde zich ziek als orderpikker en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant niet zijn eigen werk kon doen maar wel andere functies met een hoger loon kon vervullen, waardoor de ZW-uitkering werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij een gewijzigde FML en nieuwe arbeidskundige beoordeling werden opgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren en dat de beperkingen van appellant niet leidden tot een urenbeperking.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, ondersteund door brieven van behandelend artsen, en stelde dat zijn beperkingen en energieverlies zwaarder waren dan erkend. De Raad volgde echter de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die voldoende rekening hadden gehouden met de medische problematiek en de belastbaarheid.
De Raad concludeerde dat de incidentele piekbelastingen binnen de vastgestelde belastbaarheid vielen en dat de arbeidskundige selectie van functies toereikend was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.