ECLI:NL:CRVB:2021:793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen
Appellant ontvangt sinds februari 2015 bijstand en het college heeft een onderzoek ingesteld naar stortingen en bijschrijvingen op zijn bankrekening over de periode november 2015 tot en met november 2016. Het college heeft de bijstand herzien en een bedrag van €6.264,91 teruggevorderd omdat appellant de inlichtingenverplichting schond door deze inkomsten niet te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de gestorte bedragen deels afkomstig waren van eerder opgenomen eigen geld en dat sommige bijschrijvingen leningen of terugbetalingen waren. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de stortingen afkomstig waren van eigen opnames, mede omdat er geen consistent verband was in tijd en omvang tussen opnames en stortingen.
Ook de stelling dat bijschrijvingen leningen betroffen werd verworpen, omdat geldleningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip in de Participatiewet. De Raad concludeerde dat de kasstortingen en bijschrijvingen als inkomen moeten worden beschouwd, appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en het college de bijstand terecht heeft herzien en teruggevorderd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen.