ECLI:NL:CRVB:2021:806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om heropening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, die sinds 1992 een WAO-uitkering ontving, kreeg deze per 6 december 1999 ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Na meerdere verzoeken om heropening van de uitkering, waarbij appellant stelde dat zijn gezondheid was verslechterd, wees het UWV deze verzoeken af vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
Appellant stelde in hoger beroep dat het eerdere besluit onjuist was en overhandigde medische verklaringen van een neuropsychiater over de periode januari tot juli 2016. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze medische informatie geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatte die aanleiding geven tot heropening van de WAO-uitkering.
De Raad bevestigde dat het bestuursorgaan zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd heeft gehandeld en dat het besluit niet evident onredelijk is. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.