ECLI:NL:CRVB:2012:BX4243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- J. Brand
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onjuiste uitleg artikel 43a WAO
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken en niet opnieuw toe te kennen. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het UWV een deugdelijk medisch onderzoek had verricht en dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen sinds 1999.
In hoger beroep stelt appellant dat het UWV zijn gedrag ten onrechte als simulatie heeft aangemerkt en wijst op medische verklaringen van Marokkaanse psychiaters. De Raad overweegt dat de rechtbank deze gronden op uitgebreide wijze heeft beoordeeld en dat de medische onderbouwing van appellant onvoldoende is om het oordeel te wijzigen.
Ten aanzien van het besluit van 3 juni 2010 oordeelt de Raad echter dat het UWV artikel 43a, eerste lid, aanhef en onder a, van de WAO onjuist heeft uitgelegd. Dit artikel ziet op situaties waarin een verzekerde binnen vijf jaar na intrekking van een WAO-uitkering opnieuw arbeidsongeschikt wordt door dezelfde oorzaak. De Raad vernietigt daarom het besluit van 3 juni 2010 en de bijbehorende uitspraak van de rechtbank.
Het rapport van de verzekeringsarts is zorgvuldig en concludent, en de Raad laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 3 juni 2010 tot weigering van een WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste uitleg van artikel 43a WAO, terwijl de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.