ECLI:NL:CRVB:2021:821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.J.M. Weyers
- J.T.H. Zimmerman
- F.M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante ontvangt sinds 2000 een Wajong-uitkering vanwege chronische vermoeidheidsklachten en diverse medische aandoeningen. Het UWV heeft in 2017 vastgesteld dat zij arbeidsvermogen heeft, waardoor haar uitkering per 1 januari 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon.
De rechtbank heeft dit besluit bevestigd na beoordeling van medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, die concludeerden dat appellante ten minste vier uur per dag en één uur aaneengesloten belastbaar is, ondanks haar beperkingen. Appellante voerde bezwaar aan tegen deze beoordeling, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven en het standpunt van het UWV bevestigd. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische conclusies en benadrukte dat appellante tijdens de hoorzitting een uur geconcentreerd kon deelnemen zonder tekenen van toenemende vermoeidheid.
De Raad concludeert dat appellante voldoet aan de voorwaarden voor arbeidsvermogen zoals gesteld in het Schattingsbesluit, waardoor de verlaging van haar Wajong-uitkering terecht is. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante arbeidsvermogen bezit en de verlaging van haar Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon terecht is.