ECLI:NL:CRVB:2021:824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wegens gebruikelijke hulp partner
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verstrekte aan appellante een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Deze voorziening werd later herzien en beëindigd nadat bleek dat appellante samenwoonde met haar partner, die de huishoudelijke taken kon overnemen. Het college vorderde de geldswaarde van de ten onrechte verstrekte voorziening terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten gegrond en vernietigde het bestreden besluit voor zover het bezwaar tegen de beëindiging ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat de partner van appellante gebruikelijke hulp kan bieden en dat het college de maatwerkvoorziening terecht had ingetrokken.
Appellante ging in hoger beroep en verzocht om schadevergoeding, maar de Raad verwierp dit verzoek. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank dat appellante onvolledige gegevens had verstrekt en dat de partner de huishoudelijke taken feitelijk al uitvoerde. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de maatwerkvoorziening bevestigd.