ECLI:NL:CRVB:2021:837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig teamleider vulploeg, meldde zich ziek na een auto-ongeval met klachten aan knie, elleboog en psychische klachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) concludeerde het UWV dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met geselecteerde functies, waarop de ZW-uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de geselecteerde functies passend waren bij zijn belastbaarheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, met name door elleboogoperaties, onderschat waren en dat de functies niet geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe feiten bevatte die het eerdere oordeel konden veranderen. De medische stukken en het arbeidskundig rapport bevestigden de geschiktheid van de functies en de juistheid van het medisch oordeel. Het beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De ZW-uitkering is terecht beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.