ECLI:NL:CRVB:2021:866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante, die sinds 2005 arbeidsongeschikt is gemeld met psychische klachten, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering toegekend. Na een melding van verslechtering in 2018 stelde het UWV op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en stopte de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch oordeel van het UWV werd onderschreven.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat haar beperkingen, waaronder CVS/ME, onderschat zijn. Zij overlegde medische rapporten en verzocht om een deskundige op dit gebied. Het UWV verwees naar rapporten waarin werd geconcludeerd dat de CVS/ME-diagnose geen betrekking had op de datum in geding en dat de beperkingen niet verder gingen dan vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de door appellante overgelegde informatie geen nieuwe medische feiten bevatte die tot een andere beoordeling konden leiden. De Raad bevestigde dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening was gebaseerd medisch passend waren. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om een WIA-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende medische beperkingen.