ECLI:NL:CRVB:2021:870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WW- en WAZO-uitkeringen wegens gefingeerde dienstverbanden
Appellante heeft een WW-uitkering aangevraagd en ontvangen op grond van dienstverbanden bij twee ondernemingen, [Werkgever C.V.] en [werkgever B.V.]. Na een strafrechtelijk onderzoek naar gefingeerde dienstverbanden heeft het Uwv haar WW- en WAZO-uitkeringen ingetrokken en teruggevorderd wegens het ontbreken van daadwerkelijke werkzaamheden.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat de onderzoeksresultaten van het Uwv, waaronder omzetgegevens die niet in verhouding stonden tot de loonsommen, tegenstrijdige verklaringen van appellante en verklaringen van voormalige bestuurders, voldoende bewijs vormden dat er geen echte dienstverbanden waren.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunten herhaald, maar de Raad onderschrijft de eerdere conclusies. Appellante heeft onvoldoende objectief en verifieerbaar tegenbewijs geleverd. De Raad waardeert de verklaringen van voormalige bestuurders en constateert dat het Uwv terecht de uitkeringen heeft ingetrokken en teruggevorderd.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens is er geen grond voor vergoeding van schade of proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 april 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de WW- en WAZO-uitkeringen bevestigd.