Uitspraak
20.1449 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
H. Lagas als leden, in tegenwoordigheid van R. van Doorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2021.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1979 werkzaam bij de gemeente Amsterdam en werd ontslagen wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Na een incident waarbij appellant zich ongepast gedroeg tegenover leidinggevenden, besloot het college hem op grond van artikel 12.12, aanhef en onder b, van de NRGA te ontslaan. Het college stelde dat herplaatsing binnen de organisatie niet mogelijk was en dat voortzetting van het dienstverband niet redelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing niet haalbaar was. Appellant weigerde zijn communicatiestijl aan te passen, wat de samenwerking bemoeilijkte en het gezag van leidinggevenden ondermijnde.
De Raad overwoog verder dat appellant geen aanspraak kon maken op een bovenwettelijke uitkering, omdat het college geen overwegend aandeel had in het ontstaan van de verstoorde situatie. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslagbesluit wordt bevestigd.