Uitspraak
19.2952 PW
.Voor appellante is mr. De Widt verschenen. Het college heeft zich via videobellen laten vertegenwoordigen door J. Boxem.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2014 bijstand en heeft in de periode van november 2015 tot april 2018 online gokactiviteiten verricht zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede. Tijdens een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand werden bankafschriften opgevraagd waaruit grote bijschrijvingen en afschrijvingen naar online casino’s bleken.
Het college heeft bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellante voerde aan dat zij niet wist dat zij dit moest melden omdat zij geen netto inkomsten uit het gokken had. De Raad oordeelde echter dat het gokken als bezigheid gemeld moet worden, omdat het kan leiden tot inkomsten die het recht op bijstand beïnvloeden.
Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij ondanks de gokactiviteiten recht op bijstand had, omdat zij geen administratie of verifieerbare gegevens over haar gokactiviteiten kon overleggen. De bankafschriften geven slechts een indicatie en geen volledig beeld van de geldstromen. Het beroep is ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.