ECLI:NL:CRVB:2019:703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsrecht wegens niet gemelde gokactiviteiten
Betrokkene ontving bijstand sinds december 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde na een intern onderzoek vast dat betrokkene maandelijks gemiddeld €650 aan gokactiviteiten besteedde en daarnaast geld stortte, zonder deze inkomsten te melden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd de bijstand ingetrokken met ingang van juni 2015.
De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit grotendeels en herzag het recht op bijstand over verschillende maanden, waarbij zij oordeelde dat het recht over oktober en november 2015 op nihil stond en de intrekking over december 2015 onterecht was.
In hoger beroep stelde het college dat betrokkene zijn inlichtingenplicht had geschonden door zijn gokactiviteiten niet te melden. De Raad oordeelde dat betrokkene inderdaad in de periode juni tot en met september 2015 actief gokte, hetgeen blijkt uit bankafschriften en verklaringen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld voor die periode.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover die het bestreden besluit bevestigde, behalve voor de kosten en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand over december 2015 werd herroepen, terwijl de intrekking over juni tot en met november 2015 in stand bleef.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt gehandhaafd voor juni tot en met november 2015, maar herroepen voor december 2015.