ECLI:NL:CRVB:2021:933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden in café
Appellante ontvangt sinds 2014 bijstand en werd in 2017 bij een controle aangetroffen terwijl zij werkzaamheden verrichtte in een café. De gemeente Rotterdam stelde een onderzoek in en concludeerde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door deze werkzaamheden niet te melden. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag van bijna €4.800 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij geen loon had ontvangen en dat zij haar werkzaamheden wel had gemeld. De Raad oordeelde dat ook onbetaalde werkzaamheden meetellen bij de beoordeling van het recht op bijstand en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op bijstand in de betwiste periodes.
De Raad vond dat het onderzoek van het college zorgvuldig was en dat appellante geen concrete gegevens over haar werkzaamheden had verstrekt. Daarom kon niet worden vastgesteld of zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.