ECLI:NL:CRVB:2021:958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening WAO- en WIA-uitkering wegens onvoldoende nieuwe feiten
Appellant heeft sinds 1997 diverse keren een WAO-uitkering ontvangen wegens psychische en lichamelijke klachten, welke in 2004 werd beëindigd na een herbeoordeling. Latere verzoeken om herziening en toekenning van een WIA-uitkering werden door het Uwv afgewezen vanwege onvoldoende mate van arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van nieuwe feiten.
In de procedure heeft appellant aangevoerd dat er sprake is van toegenomen beperkingen en dat de medische beoordeling onvoldoende rekening houdt met nieuwe diagnoses en klachten, waaronder cognitieve beperkingen en medicijngebruik. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep hebben deze gronden onderzocht en geconcludeerd dat de medische rapporten zorgvuldig en voldoende gemotiveerd zijn en dat er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een herziening rechtvaardigen.
De Raad heeft bovendien geoordeeld dat de functie van lederbewerker geschikt is voor appellant en dat het prikrisico niet groter is dan bij gezonde werknemers. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.