ECLI:NL:CRVB:2021:967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding betaalde CAO-aanvulling wegens onrechtmatig te laat genomen ZW-besluit
Appellante, eigenrisicodrager voor de Ziektewet, betaalde een aanvulling op de ZW-uitkering aan een ex-werknemer conform de CAO. Het UWV nam het besluit om de ZW-uitkering te beëindigen te laat, waardoor appellante onnodig deze aanvulling betaalde.
De rechtbank wees de vordering van appellante af omdat de CAO-aanvulling niet op de ZW is gebaseerd en het causale verband ontbrak. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de betaalde aanvulling wel degelijk het gevolg was van het onrechtmatige besluit van het UWV.
De Raad oordeelde dat het onrechtmatige besluit van het UWV direct heeft geleid tot de betaling van de CAO-aanvulling, omdat appellante zonder het te late besluit deze niet had hoeven betalen. Het causale verband is daarmee voldoende en het UWV moet de schade vergoeden.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak vernietigt het eerdere vonnis van de rechtbank Amsterdam en wijst de vordering van appellante toe.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 627,75 aan appellante wegens betaalde CAO-aanvulling door een onrechtmatig te laat genomen ZW-besluit.