ECLI:NL:CRVB:2021:977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatst werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg ziekengeld aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder depressieve klachten, rugklachten, slaapproblemen en cognitieve beperkingen, onvoldoende waren meegewogen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het medisch dossier opnieuw beoordeeld en de beperkingen bevestigd zonder aanleiding voor aanvullende beperkingen.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat het verschil tussen eerdere beoordelingen verklaarbaar was door de verschillende beoordelingsgrondslagen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.