ECLI:NL:CRVB:2021:980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt juiste WW-dagloon en legt dwangsom op wegens te late beslissing UWV
Appellante vroeg een WW-uitkering aan na beëindiging van haar dienstverband bij een escaperoom. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering wegens niet voldoen aan de referte-eis, maar stelde later het dagloon vast op basis van een loonvordering die door de rechtbank was toegewezen.
Appellante voerde aan dat het UWV onterecht geen rekening hield met aanvullende inkomsten en dat het UWV te laat besliste op haar bezwaar, waardoor een dwangsom verschuldigd zou zijn. De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat het UWV tijdig had beslist, mede vanwege een verlengingsbrief.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verlengingsbrief was verzonden, waardoor de beslissing op bezwaar te laat was genomen. De Raad stelde een dwangsom van €160 vast en veroordeelde het UWV in de proceskosten. De vaststelling van het dagloon door het UWV werd bevestigd.
Uitkomst: Het UWV is een dwangsom van €160 verschuldigd wegens te late beslissing op bezwaar, terwijl het vastgestelde WW-dagloon wordt bevestigd.