ECLI:NL:CRVB:2022:1014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op WAO-uitkeringsbesluit van 2003
Appellant heeft verzocht om terug te komen op het UWV-besluit van 6 oktober 2003 waarin hem geen WAO-uitkering werd toegekend omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht per 13 maart 1997. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit afwijzingsbesluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische stukken die appellant in beroep overlegde niet relevant waren voor de periode in geding. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over verslechterde gezondheid en onvolledig medisch onderzoek, maar kon geen nieuwe feiten aandragen die betrekking hadden op de beoordelingsdatum.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en het UWV, en oordeelde dat het besluit niet evident onredelijk was. Het beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het WAO-besluit van 2003 wordt bevestigd.