ECLI:NL:CRVB:2008:BC6760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep in WAO-uitkeringszaak
Betrokkene, die zich in 1996 ziek meldde en vervolgens naar Marokko vertrok, verzocht om een WAO-uitkering. Appellant (het UWV) weigerde deze uitkering in 2003 op grond van een medische beoordeling die een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vaststelde. De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, mede omdat de psychische toestand van betrokkene jaren later niet adequaat kon worden vastgesteld.
Appellant stelde in hoger beroep dat de medische beoordeling zorgvuldig was, mede op basis van een onderzoek in Marokko en een aanvullend onderzoek in Nederland. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het lange tijdsverloop niet automatisch leidt tot onzorgvuldigheid en dat het niet doorgaan van een psychiatrisch onderzoek niet aan appellant te wijten was. De verzekeringsarts had bovendien rekening gehouden met psychische beperkingen.
De Raad concludeerde dat betrokkene geschikt was voor de hem voorgehouden functies zonder verlies van verdiencapaciteit, waardoor de arbeidsongeschiktheid onder de 15% bleef. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.