Uitspraak
21.491 PW, 21/492 PW
5 november 2020, 20/570 en 20/1728 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
niet-ontvankelijkverklaring als rechtsweigering moet worden aangemerkt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het Drechtstedenbestuur inzake afwijzing van bijzondere bijstand voor griffierecht. De rechtbank verklaarde zijn beroepen niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van griffierecht en later ook de verzetten niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, zonder appellant vooraf te horen.
Appellant verzocht de Raad om doorbreking van het appelverbod op grond van schending van het recht op een eerlijk proces en andere fundamentele rechtsbeginselen. De Raad overwoog dat het recht op toegang tot de rechter beperkt mag worden mits dit proportioneel is en een gerechtvaardigd doel dient.
De Raad oordeelde dat niet-ontvankelijkverklaring wegens misbruik van recht aan deze eisen voldoet en dat het oordeel van de rechtbank dat sprake is van misbruik van recht niet onjuist is. Daarom is er geen grond voor doorbreking van het appelverbod en verklaart de Raad zich onbevoegd tot behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd omdat het appelverbod wegens misbruik van recht niet wordt doorbroken.