ECLI:NL:CRVB:2022:1065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit bevestigd
Appellante was werkzaam als algemeen financieel medewerker en ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde haar uitkering.
Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, stellende dat haar psychische klachten onvoldoende waren onderzocht en dat zij niet volledig ADL-zelfstandig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet laat ingediende stukken buiten beschouwing.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank onjuist had gehandeld en dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht de procesorde had gehandhaafd en dat de verzekeringsartsen de beperkingen voldoende hadden gemotiveerd. Er was geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de beëindiging van de Ziektewetuitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit.