Uitspraak
21.3063 WIA
6 juli 2021, 20/4417 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Centrale Raad van Beroep
Appellante was laatstelijk werkzaam als formulemedewerker en meldde zich ziek met migraine, tinnitus en vermoeidheid. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd haar arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld, waarbij een verzekeringsarts beperkingen vaststelde in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het UWV besloot de WGA-uitkering te beëindigen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren weergegeven. Appellante bracht in hoger beroep naar voren dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische toestand, energetische belasting en eerdere hernia, maar kon geen nieuwe objectiveerbare medische informatie overleggen.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot vergoeding van proceskosten afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-uitkering terecht is beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.