ECLI:NL:CRVB:2022:1075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na toekenning ZW-uitkering door UWV met proceskostenveroordeling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV omtrent een Ziektewet-uitkering. Tijdens het hoger beroep heeft het UWV op 16 november 2021 een nieuw besluit genomen en aan appellante met terugwerkende kracht vanaf 12 november 2018 een ZW-uitkering toegekend. Hierdoor is geheel tegemoetgekomen aan het beroep van appellante.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV. De Centrale Raad van Beroep heeft met toestemming van partijen het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.
De Raad heeft geoordeeld dat het UWV op grond van artikel 8:75a van de Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet terecht is veroordeeld tot vergoeding van de door appellante gemaakte kosten. Deze kosten bestaan uit de kosten van het indienen van het beroepschrift en hogerberoepschrift, alsmede de kosten voor het inschakelen van een deskundige voor een neurologisch-psychiatrisch onderzoek. Het totaalbedrag aan proceskosten dat het UWV moet vergoeden bedraagt € 3.466,10.
De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek en griffier E.X.R. Yi op 10 mei 2022.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante ter hoogte van € 3.466,10 na intrekking van het hoger beroep wegens toekenning van een ZW-uitkering.