ECLI:NL:CRVB:2022:1076
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in WAO-zaken ongegrond verklaard
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 september 2020, waarin de Raad zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van het hoger beroep in meerdere WAO-zaken. De Raad oordeelde dat de aangevallen uitspraak een uitspraak betrof als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen op grond van artikel 8:104, tweede lid, Awb, geen hoger beroep mogelijk is.
In het verzet heeft appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die het appelverbod zouden doorbreken. De Raad heeft ambtshalve eveneens geen gronden gevonden om van het appelverbod af te wijken. Daarom is het verzet ongegrond verklaard.
De Raad heeft geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 april 2022, waarbij J.C. Boeree als voorzitter en K.R. van Renswoude als griffier aanwezig waren.
Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard en het appelverbod bevestigd.