ECLI:NL:CRVB:2022:1119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens te late aanvraag ondanks buitenwettelijk begunstigend beleid
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van eigen bijdragen voor rechtsbijstand en griffierechten, met een aanvraag gedateerd op 7 mei 2018 maar geregistreerd op 16 juli 2018. Het college kende alleen de griffierechten toe en wees de rest af omdat de aanvraag te laat was ingediend volgens het buitenwettelijk begunstigend beleid dat aanvragen binnen drie maanden na kosten ontstaan moeten worden ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep voerde appellant aan dat hij de aanvraag wel tijdig had ingediend, onder meer per post en aan de balie, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De Raad achtte de verklaring van het college en de ontvangststempel op 16 juli 2018 aannemelijk en verwierp het verweer van appellant.
Ook stelde appellant dat er bijzondere omstandigheden waren die een uitzondering rechtvaardigen, maar de Raad vond geen bewijs dat appellant eerder een aanvraag had ingediend of zich eerder had gemeld bij het college. Het beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.