ECLI:NL:CRVB:2022:115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering op grond van voldoende medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellant, voormalig heftruckchauffeur, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV beëindigde de uitkering omdat appellant volgens een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
Appellant maakte bezwaar en kreeg een gewijzigde FML met extra beperkingen, maar de arbeidsdeskundige handhaafde het oordeel dat hij 71,32% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. De rechtbank vernietigde het besluit niet en oordeelde dat de medische beoordeling en functiegeschiktheid voldoende waren onderbouwd.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische beperkingen en verminderde beschikbaarheid onvoldoende waren meegenomen, en verzocht om benoeming van een deskundige. De Raad volgde het UWV en de rechtbank: de FML was juist, de beperkingen passend en er was geen reden voor een deskundigenonderzoek.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.