ECLI:NL:CRVB:2022:1199
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening ongegrond verklaard
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend. De uiterste datum voor indiening was 15 september 2021, terwijl het stuk pas op 27 september 2021 bij de rechtbank werd ontvangen.
In verzet stelde de gemachtigde van appellante dat het hogerberoepschrift op tijd, namelijk op 15 september 2021, was gepost. Hij voerde aan dat het stuk per ongeluk in dezelfde retourenveloppe was gevoegd als een ander poststuk en dat er onregelmatigheden waren bij de verwerking door PostNL, waaronder een stempel van 17 september 2021 en andere ongewone stempels. Desondanks kon hij niet aannemelijk maken dat het stuk daadwerkelijk op of vóór 15 september was gepost.
De Raad oordeelde dat het aan appellante was om overtuigend bewijs te leveren dat het stuk tijdig was gepost, wat niet is gelukt. Het enkele vermoeden van fouten bij PostNL of de rechtbank volstaat niet. Bovendien is appellante bijgestaan door een professioneel gemachtigde die bewust koos voor verzending op de laatste dag zonder zekerheid over bewijs van tijdige verzending, wat voor risico van appellante komt.
Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk. De Raad ziet geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening van het hogerberoepschrift.