ECLI:NL:CRVB:2012:BW8527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving een WAO-uitkering vanaf 31 maart 1997, die bij besluit van 2 maart 2006 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vanaf 2 mei 2006. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit. Het Uwv verklaarde het bezwaar gegrond en stelde de uitkering per 5 november 2007 vast op 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid. Bij nieuw besluit op bezwaar van 8 februari 2008 werd de uitkering vastgesteld per 19 november 2007.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij volledig arbeidsongeschikt bleef. De Raad oordeelde echter dat het bezwaar tegen het besluit van 2 maart 2006 niet tijdig was ingediend. De bezwaartermijn van zes weken was verstreken en appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het bezwaarschrift tijdig ter post was bezorgd. De envelop met het bezwaarschrift van de gemachtigde bevatte geen poststempel, waardoor niet kon worden vastgesteld dat het tijdig was verzonden.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep tegen het bestreden besluit afwees, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van 8 februari 2008. Het bezwaar tegen het besluit van 2 maart 2006 werd niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.