ECLI:NL:CRVB:2022:1218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na verkeersongeval wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich ziek na een verkeersongeval in januari 2016 en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant nog 78% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna het UWV de uitkering beëindigde per februari 2017.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, waarbij een verzekeringsarts bezwaar en beroep een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst opstelde met extra beperkingen vanwege niet aangeboren hersenletsel. Desondanks concludeerde de arbeidskundige dat de geduide functies geschikt waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische informatie onvoldoende onderbouwing bood voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt over onvoldoende in kaart gebrachte beperkingen, ondersteund door medische informatie van een revalidatiearts en medisch adviseur. De Raad wees het verzoek om uitstel af wegens onduidelijkheid over het aangekondigde onderzoek en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad vond dat de medische gegevens onvoldoende objectief bewijs leverden voor ernstiger beperkingen en dat de geduide functies medisch geschikt bleven.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en zag geen aanleiding voor een andere beslissing of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.