Uitspraak
21 3666 AW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 7 juli 2020 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was sinds 1984 in dienst van de gemeente Maastricht en kreeg op 20 maart 2019 eervol ontslag vanwege een ernstige impasse in de arbeidsrelatie. Tijdens lopende bezwaarprocedures tegen dit ontslag deed het college voorstellen voor een minnelijke ontslagregeling met een bestuurlijk goedkeuringsvoorbehoud. Betrokkene stemde in met een voorstel van 13 december 2019, maar het college weigerde dit bestuurlijk goed te keuren, waarna betrokkene bezwaar maakte.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat het besluit na 1 januari 2020 was genomen, maar de Centrale Raad van Beroep stelde dat de bestuursrechter wel bevoegd is op grond van overgangsrecht en vaste rechtspraak over vaststellingsovereenkomsten (vso). De Raad oordeelde dat de vso een besluit is dat bij het bezwaar tegen het ontslagbesluit betrokken had moeten worden.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en sprak uit dat het beroep tegen het besluit van 7 juli 2020 ongegrond is. Het standpunt van betrokkene dat het college gebonden was aan het akkoord werd verworpen vanwege het voorbehoud dat bestuurlijke goedkeuring nodig was. Het beroep werd niet terugverwezen naar de rechtbank, maar door de Raad zelf inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 7 juli 2020 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.