Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:125

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2022
Publicatiedatum
20 januari 2022
Zaaknummer
20/2585 WLZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door CIZ

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft het CIZ hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft het CIZ het hoger beroep ingetrokken middels een brief van 12 augustus 2021. Namens betrokkene is verzocht om het CIZ te veroordelen in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep op verzoek van een partij worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank had reeds een proceskostenveroordeling uitgesproken in de eerdere uitspraak.

De Raad heeft vervolgens de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken beoordeeld en het CIZ veroordeeld tot betaling van €759,-, begroot conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Otten, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken op 20 januari 2022.

Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 januari 2022
20/2585 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 juni 2020, 19/505 (aangevallen uitspraak)
Partijen:

CIZ

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

CIZ heeft hoger beroep ingesteld.
Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
In de brief van 12 augustus 2021 heeft CIZ het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. E. Schriemer, advocaat, verzocht CIZ te veroordelen in de proceskosten.
CIZ heeft geen reactie op dit verzoek ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Aangezien de rechtbank in de aangevallen uitspraak een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken, staan de Raad nog ter beoordeling de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Gelet hierop wordt CIZ veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt CIZ in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door E.J. Otten, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2022.
(getekend) E.J. Otten
(getekend) K.R. van Renswoude