Uitspraak
20.1930 AKW
OVERWEGINGEN
,geboren op [geboortedatum] 2008.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg op 10 maart 2018 dubbele kinderbijslag aan voor haar zoon op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag bij besluit van 23 mei 2018 af, omdat de zoon geen intensieve zorg nodig had volgens het medisch advies van het CIZ en het Beoordelingskader BUK.
Appellante stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het advies van het CIZ zorgvuldig en volledig was en dat het Beoordelingskader BUK als uitgangspunt mocht worden genomen. Ook werd geoordeeld dat geen sprake was van strijd met het verbod van reformatio in peius, ondanks dat in bezwaar de zorgscore was aangepast.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de beslissing onzorgvuldig was en dat zij door het bezwaar in een slechtere positie was gebracht. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de besluitvorming zorgvuldig was, waarbij het CIZ meerdere medische stukken en telefonische toelichtingen had betrokken. Het advies van het CIZ was gebaseerd op objectieve medische informatie en het verbod van reformatio in peius was niet geschonden omdat het bezwaar niet leidde tot een slechtere positie.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag voor dubbele kinderbijslag is terecht afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.