ECLI:NL:CRVB:2022:1334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op beëindigingsbesluit WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft zich sinds 1995 ziek gemeld en een Ziektewet-uitkering ontvangen, die in 1998 is beëindigd omdat hij toen weer arbeidsgeschikt werd geacht. Diverse verzoeken om terug te komen op dit besluit en een WAO-uitkering te verkrijgen zijn door het UWV afgewezen, omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
In 2019 heeft appellant opnieuw verzocht om terug te komen op het besluit, met verwijzing naar verslechterde gezondheid en een medisch getuigschrift. Dit verzoek is door het UWV afgewezen en door de rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep bevestigd. De Raad oordeelt dat de psychische klachten al sinds 1993 bekend waren en niet als nieuw feit kunnen gelden.
De Raad benadrukt dat het bestuursorgaan terecht heeft geoordeeld dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is. Het hoger beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het beëindigingsbesluit bevestigd.