ECLI:NL:CRVB:2022:1340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling
Appellant, laatst werkzaam als geestelijk verzorger, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een uitkering op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling oordeelde het UWV dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over het medisch onderzoek en de functionele beperkingen, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV voldoende gemotiveerd had dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.