ECLI:NL:CRVB:2022:1403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen zonder verplichte inschakeling verzekeringsarts
Appellante, eigenrisicodrager voor de Ziektewet, betaalde loon en ziektewetuitkering door aan een werkneemster die ziek uit dienst ging. Na een WIA-uitkeringsaanvraag beoordeelde het Uwv de re-integratie-inspanningen van appellante als onvoldoende en verlengde het de loondoorbetalingsperiode met 52 weken.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het Uwv onterecht geen verzekeringsarts had ingeschakeld, terwijl de bedrijfsarts een urenbeperking had vastgesteld. Het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat inschakeling van een verzekeringsarts alleen nodig is bij medische onduidelijkheden, die hier ontbraken.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren en dat het Uwv terecht geen verzekeringsarts inschakelde. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het Uwv en de rechtbank, bevestigde de loonsanctie en oordeelde dat het besluit zorgvuldig was voorbereid.
De Raad benadrukte dat de Werkwijzer Poortwachter inschakeling van een verzekeringsarts voorschrijft alleen bij medische vragen of onduidelijkheden. Hier was geen sprake van onduidelijkheid over de urenbeperking, zodat de arbeidsdeskundige zelfstandig kon beoordelen dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren.
De uitspraak van 23 juni 2022 bevestigt daarmee de loonsanctie tegen appellante wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen zonder dat het Uwv verplicht was een verzekeringsarts te raadplegen.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd zonder verplichting tot inschakeling van een verzekeringsarts.