ECLI:NL:CRVB:2022:1412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voortzetting Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldigheid medisch onderzoek
Appellant, laatst werkzaam als begeleider van gehandicapten, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV beëindigde zijn Ziektewet-uitkering per 24 januari 2020 na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en zijn beperkingen, met name psychische, werden onderschat. Hij bracht een neuropsychologisch onderzoek in dat zijn mentale beperkbaarheid bevestigde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek in de bezwaarfase niet met de vereiste zorgvuldigheid was verricht. De arts bezwaar en beroep had appellant niet psychisch onderzocht en onvoldoende gemotiveerd waarom hiervan was afgezien, terwijl duidelijk was dat appellant na een geweldsincident posttraumatisch cerebraal letsel had opgelopen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en besloot zelf in de zaak te voorzien, waarbij de ZW-uitkering per 24 januari 2020 wordt voortgezet. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. Het verzoek om een onafhankelijk deskundige te benoemen werd afgewezen vanwege het tijdsverloop en de omstandigheden.
Uitkomst: De ZW-uitkering wordt per 24 januari 2020 voortgezet wegens onvoldoende zorgvuldigheid in het medisch onderzoek.