ECLI:NL:CRVB:2022:1436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing kostendelersnorm en verrekening inkomsten bij bijstandsverlening
De appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn om bijstand toe te kennen met toepassing van de kostendelersnorm en om kasstortingen, bijschrijvingen en inkomsten uit arbeid in mindering te brengen op de bijstand. Het college had het bezwaar gegrond verklaard en bijstand toegekend over de periode van 9 maart 2016 tot en met 12 september 2016.
Appellant voerde aan dat de kostendelersnorm niet van toepassing was vanwege een commerciële huurrelatie, dat leningen ten onrechte als inkomen werden aangemerkt en dat een deel van zijn arbeidsinkomsten vrijgelaten had moeten worden. Tevens stelde hij dat de toegekende wettelijke rente onvoldoende was om zijn schade te vergoeden.
De Raad oordeelde dat het college terecht de kostendelersnorm toepaste omdat geen sprake was van een commerciële huurprijs. De leningen waren niet aannemelijk gemaakt als bedoeld voor levensonderhoud zonder ander inkomen, waardoor de bijschrijvingen terecht als inkomen werden beschouwd. De vrijlating van arbeidsinkomsten was beperkt tot zes maanden en was in de beoordelingsperiode reeds benut. De wettelijke rente was correct vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over bijstand met toepassing van de kostendelersnorm wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.