ECLI:NL:CRVB:2022:144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bevordering militairen wegens ontbreken hogere functietoewijzing
Appellanten, militairen met de rang van [rang A], hebben verzocht om bevordering tot [rang B] met terugwerkende kracht. De staatssecretaris van Defensie wees deze verzoeken af omdat appellanten nooit een functie met een hogere rang is toegewezen, zoals vereist volgens artikel 24, vierde lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR).
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellanten voerden aan dat zij gelijkwaardig werk verrichtten als militairen met rang [rang B], en beroepen zich op het gelijkheidsbeginsel. De Raad oordeelt echter dat de werkzaamheden van appellanten overeenkomen met hun eigen rang en dat de situatie van de [rang B] militairen die tijdelijk lager werk verrichtten, niet vergelijkbaar is.
Ook het feit dat andere militairen abusievelijk bevorderd zijn, leidt niet tot een ander oordeel vanwege het vertrouwensbeginsel en vaste rechtspraak. De Raad concludeert dat de bestreden besluiten rechtmatig zijn en wijst de hoger beroepen af.
Uitkomst: De hoger beroepen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van de bevordering wordt bevestigd.