ECLI:NL:CRVB:2022:1483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na geldige intrekking door advocaat
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Vervolgens heeft de advocaat van appellant het hoger beroep bij brief van 31 maart 2022 ingetrokken. Appellant verzocht later om de intrekking ongedaan te maken, omdat hij niet had beseft dat het griffierecht niet zou worden terugbetaald.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat een intrekking van hoger beroep na afloop van de termijn niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van onbevoegdheid of een wilsgebrek zoals dwang, dwaling of bedrog. In deze zaak is het hoger beroep bevoegdelijk en zonder voorbehoud ingetrokken door de advocaat. Er is geen sprake van een wilsgebrek, ook niet omdat appellant onjuist dacht dat het griffierecht zou worden terugbetaald.
Daarom is het hoger beroep rechtsgeldig ingetrokken en kan de intrekking niet worden herroepen. De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek tot vergoeding van het griffierecht af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldige intrekking die niet ongedaan kan worden gemaakt.