ECLI:NL:CRVB:2022:1485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en toekenning aanvullende schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante was werkzaam als administratief medewerker en meldde zich ziek in verband met virale meningitis. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 52,57%. Na een melding van verslechtering stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid per 1 oktober 2016 vast op 53,35%, wat appellante betwistte en bezwaar tegen maakte.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en volgde de door haar ingeschakelde deskundigen die oordeelden dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante adequaat waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat de medische beoordeling onjuist was en dat er sprake moest zijn van ruimere beperkingen, onderbouwd met een neuropsychologisch rapport.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het deskundigenrapport van de verzekeringsarts, oordeelde dat het UWV een deugdelijke medische grondslag had en dat de geselecteerde functies passend waren. Tevens bevestigde de Raad de eerder toegekende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en kende een aanvullende vergoeding toe.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvullende schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt toegekend.