ECLI:NL:CRVB:2022:1561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek ouderdomspensioen wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, woonachtig in Marokko, heeft herhaaldelijk verzocht om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft deze verzoeken steeds afgewezen vanwege het ontbreken van bewijs dat appellant in Nederland heeft gewoond of gewerkt.
Na diverse eerdere procedures en afwijzingen, heeft appellant op 19 maart 2020 opnieuw verzocht om toekenning van AOW. De Svb handhaafde het eerdere besluit van 17 januari 2017, waarbij het verzoek werd afgewezen, met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het besluit niet evident onredelijk was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, omdat appellant geen nieuwe bewijsstukken heeft overgelegd en de Svb zorgvuldig onderzoek heeft verricht. Het verzoek om herziening van het besluit is daarom terecht afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van L.C. van Bentum als griffier, op 30 juni 2022.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek van appellant voor toekenning van AOW wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.