ECLI:NL:CRVB:2022:1588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanmelding en premieheffing door CAK
Appellante was verplicht een bestuursrechtelijke premie te betalen aan het CAK vanwege een vermeende betalingsachterstand bij haar zorgverzekeraar. Zij maakte bezwaar tegen deze verplichting, maar dit bezwaar werd door het CAK en de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat tegen de aanmelding door de zorgverzekeraar bij het CAK en de hoogte van de premie geen bezwaar en beroep mogelijk is.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij nooit een betalingsachterstand had en dat de behandeling ter zitting onvoldoende was, maar de Raad vond deze argumenten onvoldoende om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Uit het dossier bleek geen noodzaak voor uitstel of verlenging van de zitting.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees erop dat appellante inmiddels bij het CAK was afgemeld en geen betalingsachterstand meer had. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar tegen aanmelding en premieheffing niet-ontvankelijk is.