ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid Cvz tot inhouding bestuursrechtelijke premie op WAO-uitkering
Appellant was het oneens met het besluit van het College voor zorgverzekeringen (Cvz) dat hij een bestuursrechtelijke premie van €136,72 per maand verschuldigd was vanwege een betalingsachterstand bij zijn zorgverzekeraar. Cvz verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat bezwaar en beroep tegen de verschuldigdheid of hoogte van de premie niet openstaan.
De voorzieningenrechter vernietigde dit besluit voor zover het bezwaar tegen de wijze van innen van de premie niet-ontvankelijk was verklaard, maar verklaarde het bezwaar tegen de wijze van innen ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht onder meer om schorsing van de premiebetaling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat geen bezwaar en beroep mogelijk is tegen besluiten over de verschuldigdheid of hoogte van de premie. Ook gaf de Raad aan dat Cvz bevoegd is de premie te innen door inhouding op de WAO-uitkering en dat de wet geen mogelijkheid biedt om betaling tijdelijk op te schorten. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af.
Tot slot wees de Raad appellant op een andere uitspraak over de systematiek van de beslagvrije voet in soortgelijke zaken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat Cvz bevoegd is de bestuursrechtelijke premie in te houden op de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellant af.