ECLI:NL:CRVB:2022:1599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitsluiting bijstand wegens verblijf buitenland langer dan vier weken zonder zeer dringende redenen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef van 19 november 2019 tot 28 januari 2020 in Somalië. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de bijstand over december 2019 en trok de bijstand in over januari 2020, omdat appellante langer dan vier weken aaneengesloten in het buitenland verbleef, wat volgens artikel 13, eerste lid, aanhef en onder e, van de Participatiewet uitsluiting van bijstand tot gevolg heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de reden van het verblijf niet relevant is voor de toepassing van de uitsluiting. Artikel 16 van Pro de Participatiewet biedt slechts een uitzondering bij zeer dringende redenen, die een acute noodsituatie vereisen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij vanwege ernstige ziekte en overlijden van familieleden in Somalië langer moest blijven, maar kon dit niet aannemelijk maken als een acute noodsituatie.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en bevestigde de uitsluiting van bijstand. Het hoger beroep werd verworpen omdat appellante geen nieuwe gronden aanvoerde die de eerdere gemotiveerde afwijzing konden weerleggen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitsluiting van bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder zeer dringende redenen.